Het Nederlandse kabinet wil met twee nieuwe asielwetten gezinshereniging voor statushouders (hierna nareis) inperken. EMN-onderzoek laat zien dat de maatregelen het Nederlandse nareisbeleid in de praktijk strenger zouden maken dan dat van de meeste EU-lidstaten.
> Lees het volledige EMN-onderzoek over gezinshereniging (vergelijking tussen 26 landen*) en de benchmark over nareis van EMN Nederland (vergelijking onderzoeksresultaten vanuit Nederlands perspectief)
De Eerste Kamer boog zich op 7 oktober over twee asielwetten, de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel. Het kabinet wil nareis onder andere inperken door een tweestatusstelsel in te voeren, met strenge aanvullende nareisvoorwaarden voor B-statushouders. Veel EU-lidstaten werken al geruime tijd met twee soorten asielvergunningen, die aanvragers een bepaalde verblijfsstatus toekennen:
- A-status (vluchtelingenstatus): voor mensen die vluchten vanwege persoonlijke dreiging, bijvoorbeeld om geloof of politieke overtuiging;
- B-status (subsidiaire bescherming): voor mensen die gevaar lopen vanwege oorlog of geweld in hun land.
Nederland sluit aan bij minderheid EU-lidstaten
In een tweestatusstelsel kan Nederland aan B-statushouders strengere eisen voor nareis gaan stellen. Volgens de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn zijn EU-landen niet verplicht B-statushouders dezelfde rechten te bieden als A-statushouders, al moedigt de Europese Commissie dit wel aan. Veel lidstaten geven hier gehoor aan. In 14 landen (BG, ES, HR, FR, IE, IT, LT, LU, MT, NL, PL, SI, SK; RS) hebben A- en B-statushouders op dit moment dezelfde rechten (België en Duitsland en hebben sinds de afronding van het EMN-onderzoek het recht op nareis sterk ingeperkt).
Strengere voorwaarden (middelen, huisvesting, wachttermijnen)
Het kabinet wil van B-statushouders voor nareis voldoende middelen van bestaan eisen. In een meerderheid van de Europese landen geldt momenteel geen inkomenseis. Oostenrijk, Finland en Zweden zijn een uitzondering. Zweden stelt dat de beoordeling van het inkomensvereiste een grote werklast met zich meebrengt. Vanwege tijdelijke arbeidscontracten en onduidelijke woonsituaties is in Zweden meestal ook aanvullende informatie noodzakelijk, wat de procedure tijdrovend maakt.
Daarnaast wil het kabinet dat B-statushouders huisvesting hebben. Oostenrijk, Zweden en sinds kort ook België hebben al een huisvestingseis. De praktijk in Zweden en Oostenrijk wijst uit dat het door toenemende krapte op de woningmarkt en stijgende huurprijzen moeilijk is om hieraan te voldoen.
Tot slot wil het kabinet ook een wachttermijn van 2 jaar invoeren. B-statushouders moeten dan na het verkrijgen van hun asielstatus 2 jaar wachten voor ze in aanmerking komen voor gezinshereniging. Finland, Letland en Oostenrijk kennen op dit moment al een wachttermijn. In Oostenrijk, met een wachttermijn van 3 jaar, wezen critici op de gevolgen voor het recht van gezinshereniging voor minderjarigen die tijdens de wachttermijn meerderjarig worden.
Het kabinet
Strikte definitie kerngezin
Naast de invoering van een tweestatusstelsel met aanvullende nareisvoorwaarden voor B-statushouders, volgt uit de wetsvoorstellen ook dat alle statushouders alleen leden van hun kerngezin naar Nederland kunnen halen. Het gaat dan om de echtgenoot/echtgenote, kinderen tot 18 jaar, en ouders van amv’s (alleenstaande minderjarige vreemdelingen), met broers/zussen van amv’s (onder voorwaarden). Ongehuwde partners, meerderjarige kinderen en pleegkinderen komen niet langer in aanmerking voor nareis.
Zeven andere landen (Oostenrijk, België, Cyprus, Estland, Frankrijk (niet voor nareis), Litouwen, Letland) beperken gezinshereniging tot het kerngezin. Daarvan hanteert alleen Letland dezelfde strikte definitie die het kabinet voor ogen heeft. In de rest van deze landen zijn er uitzonderingen voor geregistreerde partners en partners van hetzelfde geslacht.
Opvallend is dat Frankrijk bij reguliere gezinshereniging wel het huwelijk als voorwaarde stelt, terwijl bij nareis onder voorwaarden ook geregistreerde partnerschappen en ongeregistreerde relaties worden erkend.
Gevolgen voor partners van hetzelfde geslacht
Gehuwde partners van hetzelfde geslacht behouden volgens de voorgestelde asielwetten hun recht op nareis. De Raad van State waarschuwt dat de maatregel toch ‘discriminatoir’ kan uitvallen, bijvoorbeeld als het in het land van herkomst voor partners van hetzelfde geslacht niet mogelijk is om te trouwen.
Partners van hetzelfde geslacht hebben in bijna alle EU-lidstaten in principe recht op gezinshereniging. In Cyprus is het huwelijk formeel vereist voor zowel gezinshereniging als nareis. Maar voor partners van hetzelfde geslacht wordt een uitzondering gemaakt. Voor hen volstaat een geregistreerd partnerschap. Een vergelijkbare uitzonderingsregeling voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht geldt in Tsjechië en Italië.
*Deelnemende landen: Oostenrijk (AT), België (BE), Bulgarije (BG), Cyprus (CY), Tsjechië (CZ), Duitsland (DE), Estland (EE), Griekenland (EL), Spanje (ES), Finland (FI), Frankrijk (FR), Kroatië (HR), Hongarije (HU), Ierland (IE), Italië (IT), Litouwen (LT), Luxembourg (LU), Letland (LV), Malta (MT), Nederland (NL), Polen (PL), Portugal (PT), Zweden (SE), Slovenië (SI), Slowakije (SK); Servië (RS)