Identificeren slachtoffers mensenhandel in Europa is grote uitdaging

Tussen 2015 en 2020 zijn ruim 10.500 slachtoffers van mensenhandel van buiten de EU geregistreerd in Europa*. Hiervan is 8,5% minderjarig, in ongeveer 75% van de meldingen gaat het om seksuele uitbuiting of arbeidsuitbuiting. Het daadwerkelijke aantal slachtoffers ligt waarschijnlijk veel hoger. 

Het herkennen en het identificeren van slachtoffers van mensenhandel blijkt in veel Europese landen problematisch. Mensenhandel is meestal onzichtbaar. Slachtoffers melden zichzelf vaak niet omdat ze de taal van het land niet spreken, bang zijn voor de overheid, niet weten wat hun EU-rechten zijn of zichzelf niet als slachtoffer zien. 

Vroege identificatie mensenhandel cruciaal 

Het herkennen en identificeren van slachtoffers in een vroeg stadium is echter cruciaal voor hun veiligheid. Hoe eerder het gebeurt, hoe eerder slachtoffers hulp en bescherming kunnen krijgen. Een vroege identificatie bevordert ook het onderzoek naar mensenhandelaren, deze kunnen dan beter worden vervolgd en veroordeeld. 

Om een vroege identificatie mogelijk te maken zetten landen in op:

  • het voor slachtoffers mogelijk te maken zichzelf te melden bij de politie (BG, CZ, DE, EE, ES, FR, IE, HU, IT, LU, LV, NL, PL, SE, SI, SK) of ngo's (BE, CY, CZ, DE, EL, ES, HR, LT, LU, LV, SK) 
  • het proactief screenen van (potentiële) slachtoffers in asielprocedures (AT, BE, BG, CY, CZ, DE, EE, EL, ES, FI, FR, IE, HU, IT, LT, LU, LV, NL, PL, PT, SE, SI, SK; GE) en andere migratieprocedures (BG, CY, CZ, EE, FI, HU, LU, LV, NL, PT, SE, SI, SK; GE)
  • een telefonische hotline voor slachtoffers en het algemene publiek voor het melden van mensenhandel (AT, BE, BG, CY, CZ, DE, EE, EL, ES, FI, HR, IE, LT, LV, PL, SI, SK; GE, NO) 
  • bewustwordingscampagnes in herkomst- doorreis- en aankomstlanden, zowel voor asielaanvragers als reguliere migranten (AT, BE, CY, CZ, DE, EE, EL, ES, FI, FR, HR, IE, LT, LU, LV, MT, NL, PL, PT, SE, SI, SK; GE, NO)
  • checklists, met onder meer mogelijke signalen van mensenhandel, voor organisaties die in contact kunnen komen met (potentiële) slachtoffers (AT, BE, CY, EL, FI, HR, IE, LT, LU, LV, NL, PL, PT, SE, SI, SK; GE, NO)
  • het verzamelen van informatie, intelligence gathering, door de politie (BE, BG, CY, CZ, DE, EE, EL, ES, FI, HR, IE, IT NL, LU, LV, PT, SE, SK; GE, NO), arbeidsinspecties (BG, CZ, EL, ES, HU, LU, LV, SE, SK, GE) of door samenwerkingsverbanden van beide ( BG, CZ, EL, ES, FI, HR, LU, LV, NL, SE, SI, SK)

Onderscheid in aanpak herkennen en identificeren slachtoffers

Mogelijk slachtoffer van arbeidsuitbuiting geeft zijn identiteitsbewijs aan de inspecteurs van het ministerie van SZW, Amsterdam | Foto: Joris van Gennip | Hollands Hoogte, 2017
Mogelijk slachtoffer van arbeidsuitbuiting geeft zijn identiteitsbewijs aan de inspecteurs van het ministerie van SZW, Amsterdam | Foto: Joris van Gennip | Hollands Hoogte, 2017

In een aantal landen (AT, CZ, FR, IE, LV, NL, PT, SE, SK; GE, NO) bestaat geen formele identificatie van slachtoffers, dit geldt ook voor Nederland. Wel is er soms onderscheid in de organisaties die slachtoffers kunnen herkennen en de organisatie die zich met het identificeren van slachtoffers bezighouden. In Nederland gebeurt het herkennen bijvoorbeeld door gemeenten, artsen, organisaties uit de migratieketen, scholen, werkgevers en ngo's. 

Formele identificatie mensenhandel

In andere lidstaten is wel sprake van een formele identificatie (BE, BG, CY, CZ, DE, EE, EL, ES, FI, HR, HU, IT, LT, LU, MT, PL, SI). In de meeste van deze landen (BE, BG, CY, EL, ES, HR, LT, LU, MT, SI) kunnen meerdere instanties slachtoffers herkennen en is één instantie verantwoordelijk voor identificatie. Met een formele identificatie krijgen slachtoffers vaak meer rechten, zoals het kunnen krijgen van een verblijfsvergunning en adequate hulpverlening. In Nederland kan een slachtoffer een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen zodra aangifte is gedaan bij de politie.

Het identificeren van slachtoffers ligt bij opsporingsdiensten of speciale instanties. In Nederland kunnen alleen de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Opsporingsdienst Nederlandse Arbeidsinspectie (ODNLA) dit doen. Daarbij gaat het in Nederland niet sec om identificatie maar om een vorm hiervan: het aanbieden van de verblijfsregeling voor slachtoffers mensenhandel aan slachtoffers en het geven van een bedenktijd voor aangifte. Tijdens de bedenktijd van maximaal 3 maanden kan het (potentiële) slachtoffer beslissen om al dan niet aangifte te doen bij de politie.

Nederland: samenwerkingsverbanden tegen mensenhandel

  • Het programma Samen Tegen Mensenhandel zorgt voor een nauwe samenwerking op beleidsniveau tussen organisaties die zijn betrokken bij de strijd tegen mensenhandel. 
  • Op uitvoeringsniveau is het Expertisecentrum Mensenhandel Mensensmokkel (EMM) gestart met de Domeinoverstijgende Informatiegestuurde Werkwijze (DIGW), waarmee meer slachtoffers van mensenhandel kunnen worden geïdentificeerd. Het expertisecentrum gebruikt de verzamelde informatie voor betere analyses van de aard en omvang van mensenhandel, en het ontwikkelen van procedures en beleid. 
  • Tijdens het asielproces kunnen betrokkenen al in een vroeg stadium signalen van mensenhandel melden aan de Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de Nationale Politie. 

Daarnaast kan voogdijinstelling Nidos (potentiële) minderjarige slachtoffers in de Beschermde Opvang plaatsen. De Beschermde Opvang is bedoeld voor kwetsbare jongeren die een groot risico lopen om slachtoffer te worden van mensenhandel, eergerelateerd geweld of een kindhuwelijk.

Publicatie

*Aantallen geregistreerd in de landen die meewerkten aan het EMN-onderzoek naar mensenhandel