Volgens de Europese regels moeten EU-lidstaten bij de beoordeling van een asielaanvraag meenemen wat veilige landen zijn. Het beleid op dit vlak verschilt nu nog sterk in EU-lidstaten en waarnemende landen van het EMN. Vanaf de invoering van het migratiepact geldt een Europese lijst met veilige landen.
EMN-onderzoek | Asiel
Vanaf het migratiepact geldt een Europese lijst van veilige landen, zo bepalen EU-lidstaten nu of een land veilig is
> Lees het volledige EMN-onderzoek (vergelijking tussen 26 landen*)
De meeste EU-lidstaten gebruiken bij het beoordelen van asielaanvragen nu nog een nationale lijst van veilige landen van herkomst. Finland en Portugal hebben geen lijst, maar bekijken het per aanvraag. Net als Nederland hadden Estland, Malta en Luxemburg wel een lijst, maar maakten daarop uitzonderingen. Als je uit een bepaalde regio komt of tot een bepaalde groep behoort, kon je in een land dat op de lijst stond toch gevaar of risico lopen. Nederland en de andere 3 landen zijn gestopt met het toepassen van zulke uitzonderingen vanwege uitspraken van het Europese Hof van Justitie (C-406/22, C-758/24, C-759/24).
Kortere procedures
Twintig landen hanteren een versnelde procedure voor de behandeling van aanvragen van mensen uit een veilig land van herkomst. De termijn om daartegen in beroep te gaan verschilt per land, van een week in Nederland tot 30 dagen in Finland. Bulgarije, Nederland en Slowakije sluiten alleenstaande minderjarigen uit van de versnelde procedure, Finland past de versnelde procedure niet toe bij kwetsbare aanvragers.
Het 'veilig derde-land-concept'
Veel EU-lidstaten en waarnemende landen van het EMN hanteren ook het zogenaamde ‘veilig derde-land-concept’. Dat zijn andere veilige landen buiten de EU waar een asielzoeker bescherming had kunnen aanvragen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een land waar iemand vóór aankomst in Europa doorheen is gereisd of aantoonbare banden mee heeft. Zes landen hebben hiervoor een nationale lijst. Dertien landen, waaronder Nederland, beoordelen het per geval.
Naast wat is vastgelegd in de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU), hanteren Oostenrijk, Cyprus, Estland en Finland aanvullende criteria om een niet-EU-land (derde land) als veilig te bestempelen. Bijvoorbeeld over de naleving van specifieke internationale mensenrechtenverdragen, of de mogelijkheid voor de aanvrager om in dat land te verblijven tijdens de asielprocedure. Geen van de landen vereist specifieke garanties of waarborgen over de behandeling van mensen bij aankomst in het als veilig aangemerkte ‘derde land’.
Nieuwe Europese regels
Met ingang van het migratiepact geldt een centrale EU-lijst van veilige landen van herkomst. Verzoeken om internationale bescherming (asiel) van mensen uit landen die gelden als veilig, worden als kansarm gezien en mogen daarom versneld worden behandeld. EU-lidstaten kunnen zelf op nationaal niveau extra veilige landen van herkomst aanwijzen.
Er komt geen gemeenschappelijke lijst van ‘veilige derde landen’. Een land buiten de EU kan met ingang van het pact zowel op Europees als op nationaal niveau als veilig worden aangemerkt, eventueel met uitzonderingen voor bepaalde regio’s of groepen.
*Deelnemende landen: Oostenrijk (AT), België (BE), Bulgarije (BG), Cyprus (CY), Tsjechië (CZ), Duitsland (DE), Estland (EE), Spanje (ES), Finland (FI), Frankrijk (FR), Griekenland (EL), Kroatië (HR), Hongarije (HU), Ierland (IE), Italië (IT), Litouwen (LT), Luxembourg (LU), Letland (LV), Malta (MT), Nederland (NL), Polen (PL), Portugal (PT), Zweden (SE), Slovenië (SI), Slowakije (SK); Servië (RS)