Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / EMN-producten / Thematische studies / 2017 / Gezinshereniging van Derdelanders

Gezinshereniging van Derdelanders

Gezinshereniging van derdelanders in Nederland en de EU

 

EMN rapporten geven inzicht in het beleid en de praktijk rondom gezinshereniging

 

Gezinshereniging van derdelanders

In mei 2017 is het EMN rapport over Gezinshereniging verschenen. Het nationale rapport geeft inzicht in het beleid en de praktijk in Nederland. Het in april 2017 verschenen syntheserapport bevat een internationaal vergelijkende analyse.

 

Achtergrondinformatie

Een substantieel deel van de migratie uit derde landen naar Nederland bestaat uit gezinsmigratie. Meer dan een derde van alle aanvragen voor verblijfsvergunningen die de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt betreft de afgelopen jaren aanvragen voor gezinshereniging. Daarnaast is gezinshereniging ook een terugkerend onderwerp in de media en het publieke debat in Nederland. Sinds de verhoogde asielinstroom in 2015 en 2016 staat vooral gezinshereniging voor asielstatushouders (ook bekend als ‘nareis’) vaak in de aandacht.

Om in kaart te brengen hoe het beleid ten aanzien van gezinshereniging in de verschillende EU-lidstaten georganiseerd is, heeft het Europees Migratienetwerk (EMN) in 2016 en 2017 een internationaal vergelijkende studie naar gezinshereniging uitgevoerd. De Nederlandse bijdrage aan deze vergelijkende studie wordt in dit rapport voor een breed Nederlands publiek beschikbaar gesteld.

 

Nederlands rapport

Het Nederlandse gezinsherenigingsbeleid maakt een onderscheid tussen reguliere gezinshereniging en nareis. Als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel binnen drie maanden nadat de verblijfsvergunning asiel is verleend, een aanvraag voor gezinshereniging indienen met de asielstatushouder gelden gunstigere toelatingsvoorwaarden dan bij reguliere gezinshereniging (bijvoorbeeld geen inkomenseis, geen leges). Deze procedure wordt nareis genoemd. Voor gezinshereniging en gezinsvorming gelden in Nederland dezelfde voorwaarden. Van gezinshereniging is sprake als de gezinsband tussen het gezinslid en de in Nederland verblijvende vreemdeling die gezinshereniging aanvraagt (de ‘referent’) al bestond voordat de referent een verblijfsvergunning in Nederland kreeg. Bij gezinsvorming is de gezinsband pas ontstaan nadat de referent een verblijfsvergunning in Nederland kreeg. In Nederland komt onder het nationale beleid normaliter alleen het kerngezin (partner en minderjarige kinderen) in aanmerking voor gezinshereniging. Bij nareis komen ook meerderjarige kinderen en ouders van minderjarigen in aanmerking. De referent en het gezinslid die in aanmerking komen voor gezinshereniging op grond van het nationale beleid, moeten aan een aantal algemene voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden worden uitvoerig in het nationale rapport besproken.

 

Syntheserapport

Als een van de belangrijkste bronnen voor migratie naar de Europese Unie, was gezinshereniging in 2015 verantwoordelijk voor ongeveer één derde van alle vergunningen voor derdelanders. Meer dan 440.000 eerste vergunningen om familieredenen werden aan derdelanders uitgegeven in de lidstaten van de Europese Unie en Noorwegen. Ondanks de gezinsherenigingsrichtlijn van de Europese Unie waarmee harmonisatie van de toelatingsvoorwaarden werd beoogd, zijn er verschillen in het beleid omtrent gezinshereniging tussen de lidstaten. Ondanks deze verschillen, is het gezinshereningsbeleid in de lidstaten van de EU op hoofdlijnen gelijk en biedt, bij benadering, gelijke behandeling voor derdelanders. Verder wijst de studie op nieuw beleid in verschillende lidstaten sinds 2011 en laat het belang van de nationale rechtsgang zien op het gebied van gezinshereniging waar de nationale wetgeving soms in strijd is met Europese regelgeving. Het rapport is gebaseerd op de bijdragen van 25 lidstaten inclusief Noorwegen.

 

De belangrijke bevindingen uit het syntheserapport:

- In 2015 zijn er 440.000 eerste vergunningen uitgegeven aan derdelanders op basis van familie gerelateerde redenen.

- Het merendeel van deze aanvragen werd ingediend in Duitsland, Italië, Spanje, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden, België en Nederland.

- Ondanks de gezinsherenigingsrichtlijn zijn er verschillen zichtbaar in het gezinsherenigingsbeleid van de lidstaten en Noorwegen.

- De gerechtelijke interpretatie van de gezinshereniging richtlijn en gezinsherenigingsgerelateerde wetgeving is van groot belang voor het nationale beleid van de lidstaten en Noorwegen.

 

Downloads

 

Nationaal leesrapport

Nationaal leesrapport (Engels)

Syntheserapport

Benchmark

Inform

Rapporten van de andere nationale contactpunten van het EMN
















Uitgelicht


Zoeken